Kluizenaar

Ik ken een kluizenaar, hier in de stad

Een man met heel grijs haar

Hij zit de hele dag te typen

Het is echt een beetje raar

 

Het is niet dat hij wereldvreemd is

Of eigenlijk toch ook wel

Hij denkt dat and’re mensen eng zijn

Leeft volledig in zijn eigen bel

 

Maar hij is wel van alles op de hoogte

Volgt het nieuws zeer nauwgezet

Leest elke dag minstens drie kranten

Dat begint al ’s ochtends in zijn bed

 

Waarom noém ik dan dat wereldvreemde

Klinkt als een man van de hoed en de rand

Nou, van normale mensen en hun leven

Daarvan heeft hij geen verstand

 

Hij snapt niet dat mensen hobby’s hebben

Of samen lachen in het café

Dat ze leuke dagjes weggaan

Hij gaat liever dood dan mee

 

Maar eigenlijk zou hij het best willen

Hij weet gewoon niet hoe het werkt

Soms denk ik dat hij wel wil gillen

Hebben jullie mij niet opgemerkt?

 

En daarom is hij zo gedreven

Typt hij elke dag maar voort

Hij kan niet met de mensen praten

Maar wil heus wel dat men hem hoort

 

Ik ken een kluizenaar, hier in de stad

Waar ik heel graag op visite ga

Die eindelijk weet wat ik drink in mijn koffie

Jawel het is mijn pa.

Deel: